Koelvloeistof: Koelvloeistof is zeer aggressief. Vul de vloeistof niet te veel bij omdat dit er bij warme motor uitgegooid wordt. Daar deze vloeistof agressief is kan dit de lak en verchroomde delen aantasten! Niet alleen jammer van de verloren koelvloeistof maar ook van uw geliefde Goldwing.
Remblokken vervangen: Wanneer remblokken vervangen worden verdient het aanbeveling de remcilinderplunjers schoon te maken en te inspecteren op gangbaarheid. Indien de plunjers niet goed gangbaar zijn, bestaat het gevaar dat de remblokken na het remmen niet vrijkomen van de remschijf met alle gevolgen vandien: snelle slijtage van de remblokken en omdat men niet bedacht is op snelle slijtage van de remblokken ook schade aan de remschijven!
Periodiek onderhoud: Het periodiek (laten) onderhouden van uw Goldwing is van groot belang! Hieronder ziet
u foto's van een startmotor van een Goldwing waar al langere tijd geen periodiek onderhoud aan is gepleegd. De visco-
siteit van de olie was volledig verloren gegaan waardoor een dikke substantie overbleef. Het uitein-
delijke doel van de olie, namelijk smering van bewegende delen, werd door de ouderdom van de olie
volledig teniet gedaan.
Ook als er weinig met de motor gereden wordt verdient het aanbeveling de olie
regelmatig te verversen omdat deze zijn viscositeit verliest!
Remblokken: Het onderhoud van een motorfiets kost geld, soms veel geld. Vervelend, maar het gaat wel om je eigen (en van anderen) veiligheid. Een veel gekozen manier om te besparen op onderhoud is dan om geen originele onderdelen te gebruiken. Deze beslissing kan vervelende gevolgen hebben. Originele onderdelen zijn berekend op hun taak, terwijl imitatie dat vaak niet is. Een goed (of eigenlijk slecht) voorbeeld troffen we laatst aan bij een grote onderhoudsbeurt. Een uitermate slechte imitatie van een remblok waarvan de remvoering gebroken was. Levensgevaarlijk !!!!!!!!!
Periodiek onderhoud 2: Ook rem- en koppelingsvloeistof dient periodiek vervangen te worden. Gebeurt dit niet dan treedt ook hier veroudering op. Door veroudering kan ook hier de viscositeit verloren gaan waardoor een dikke substantie ontstaat die de naam olie zeer zeker niet meer verdient en waardoor de functies van koppeling en remmen niet meer gegarandeerd kunnen worden.
Onderstaand zie u foto's van een koppelingspot van een GL 1500 uit 1994 waar waarschijnlijk de olie nog nooit van vervangen was. Levensgevaarlijk !!!!!!!!!
Vrijwel alle vormen van elektriciteitsvoorziening zijn spanningsbronnen, zoals batterijen, adapters of computervoedingen; stroombronnen zijn niet los te koop. Een extra complicatie is dat een LED zich weliswaar als een diode gedraagt en dus stroom in ��n richting kan doorlaten � maar niet bepaald een ideale diode. Zelfs in de doorlaatrichting moet er een bepaalde spanning (de nominale spanningsval) over de LED staan voordat deze de gewenste stroom doorlaat. Als je een LED op een gewone spanningsbron aansluit en de spanning langzaam opvoert, zal er eerst bijna niets gebeuren. Pas wanneer de spanning in de buurt komt van de nominale spanningsval begint er stroom te lopen en gaat de LED licht geven. Als de spanning daarna echter ook maar een klein beetje (een paar tiende volt) wordt verhoogd, neemt de stroom zeer snel toe, totdat de LED kapot gaat. Dit is te zien in de volgende grafiek (voor een rode LED): De moraal van het verhaal is simpel: hang een LED nooit zomaar aan een spanningsbron zoals een batterij of een adapter. Het ding zal meestal kapot gaan of domweg niets doen. Ja, het kan soms goed gaan, vooral bij lichte batterijen (die een relatief grote inwendige weerstand hebben); verder zijn er ook enkele uitzonderingen zoals knipper-LED's, die wel direct op een spanningsbron aangesloten kunnen worden. Deze laatste zijn echter geen simpele LED's, maar bevatten een complete chip met knippercircuit en stroomregeling. Hier kunnen we dan ook niet verder op ingaan. Een dergelijk exponentieel verband tussen spanning en stroom geldt in principe voor alle dioden; de exacte waarden van de nominale spanningsval en de stroom zijn echter sterk afhankelijk van het type diode. De meeste gewone LED's worden aangestuurd met een stroom van maximaal 20 mA (milli-amp�re), oftewel 0,02 amp�re. De waarde van de nominale spanningsval is afhankelijk van de kleur van de LED; bij rode LED's is dit meestal zo'n 1,9 volt, bij gele en groene LED's 2,0 respectievelijk 2,1 volt, en bij blauwe en witte LED's 3,6 volt. Raadpleeg echter altijd de datasheets van een LED als deze beschikbaar zijn, want zeker bij moderne, geavanceerdere typen LED's kunnen deze waarden flink afwijken.
Gelukkig kun je de benodigde werkstroom heel eenvoudig opwekken door een weerstand in serie te zetten met een vaste spanningsbron. Een weerstand is zo ongeveer het eenvoudigste en goedkoopste elektronische onderdeel dat er bestaat; zoals de naam al aangeeft, levert het een bepaalde weerstand op voor de stroom die er doorheen loopt. Je stuurt een LED aan door een spanningsbron te nemen met een hogere spanning dan de nominale spanningsval van de LED, en de weerstand zo te kiezen dat de gewenste stroom door de hele keten loopt. In de volgende pagina's leggen we uit hoe je de benodigde berekeningen uitvoert. En de verkorte uitvoering Alles op een rijtje Hier vind je alle formules op een rijtje, zonder uitgebreide uitleg of illustraties;F van de basisformules zijn voor het gemak meteen ook alle omrekeningen gegeven.
De wet van Ohm:
U = I x R
I = U / R
R = U / I
Vermogen:
P = U x I
P = I2 x R
P = U2 / R
U is de spanning in volt,
I is de stroom in amp�re,
R is de weerstand in ohm
P is het vermogen in watt
Nominale spanningsval Uled van verschillende gangbare typen LED's (bij benadering):
Rood/infrarood: 1,9 volt
Groen: 2,1 volt
Geel: 2 volt
Blauw/wit: 3,6 volt
Voorschakelweerstand voor een of meer LED's in serie:
R = (U+ - (N x Uled)) / I
P = I x (U+ - (N x Uled)
N is het aantal LED's
R is de voorschakelweerstand in ohm
P is het minimale vermogen van de voorschakelweerstand in watt
I is de gewenste stroom in amp�re
U+ is de voedingsspanning in volt
Uled is de nominale spanningsval van ��n LED
Opmerking: bij meerdere verschillende LED's in serie vervang je (N x Uled) door de som van de nominale
spanningsval van de
afzonderlijke LED's.
Maximum aantal dezelfde LED's in serie bij een bepaalde voedingsspanning:
N = U+ / Uled (afgerond naar beneden)
N is het aantal LED's
U+ is de voedingsspanning in volt
Uled is de nominale spanningsval van ��n LED
Minimaal benodigde voedingsspanning voor een aantal dezelfde LED's in serie:
U+ = 1,2 x N x Uled
N is het aantal LED's
U+ is de voedingsspanning in volt
Uled is de nominale spanningsval van ��n LED
Opmerking 1: bij meerdere verschillende LED's in serie vervang je (N x Uled) door de som van de nominale spanningsval
van de
afzonderlijke LED's.
Opmerking 2: de factor 1,2 geeft een marge die ervoor zorgt dat de voorschakelweerstand niet te klein wordt; anders
kunnen kleine
afwijkingen in de voedingsspanning en Uled problemen veroorzaken.
Met dank aan Henkie uit zwijndrecht